Noodplanning

Rampen zijn uitzonderlijke en pijnlijke gebeurtenissen die lang in het geheugen van de mensen blijven nazinderen. Ook België is niet gespaard gebleven van dergelijke tragische incidenten. Ongetwijfeld herinnert zich iedereen nog het Heizeldrama, de Switelbrand, de Herald of Free Enterprice en de gasexplosie in Gellingen.

Kleine en grote rampen dwongen de overheid om te blijven nadenken over de noodplanning. De gasexplosie in Gellingen (2004) was dan ook de katalysator voor een nieuw Koninklijk Besluit, namelijk het KB van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen.

Het KB wil in de eerste plaats bijdragen tot de organisatie van een adequate hulpverlening bij noodsituaties.

Sommige gebeurtenissen in België hebben een evolutie op gang gebracht in de benadering van risico’s en toonden aan dat de principes van de noodplanning en van de coördinatie van maatregelen tussen overheden, hulp- en ordediensten veel ruimer kunnen worden toegepast dan enkel voor noodsituaties die betrekking hebben op de civiele veiligheid.

Om dit te realiseren moeten plannen worden geschreven door de actoren die instaan voor het bestrijden van een noodsituatie. De noodplanning bestaat uit de volgende plannen:

- het multidisciplinair nood- en interventieplan;
- de monodisciplinaire nood- en interventieplannen;
- de interne noodplannen.

In deze noodplannen worden vooraf afspraken vastgelegd over welke dienst wat doet, zoals wie het bevel neemt over de verschillende hulp- en interventiediensten. Het uiteindelijke doel van de noodplanning is de noodsituatie zo vlug mogelijk onder controle te krijgen in het belang van de veiligheid van de bevolking.

Het algemeen nood- en interventieplan van de gemeente Lanaken werd door de gemeenteraad vastgesteld op 30 oktober 2008 en goedgekeurd door de GouveLimburg op 20 februari 2009.