Wilde dieren

Egels, vossen, marters, dassen, marters, bevers,… Het zijn allemaal dieren waarmee we in onze dagelijkse leefomgeving nog wel eens in contact komen. Veel van deze soorten zijn zeer nuttig omdat ze kleine knaagdieren zoals muizen en ratten bestrijden. Toch kunnen ze ook voor overlast zorgen. Door de toenemende bebouwing komen sommige van deze soorten voor in de buurt van (en zelfs in) huizen. Denk hier bijvoorbeeld aan de steenmarter, die zich nestelt in de isolatie van huizen en autokabels doorknaagt. Ook kippen, konijnen, duiven en ander kleinvee zijn niet veilig voor dieren zoals de vos, bunzing en marter.

Om schade door deze dieren te voorkomen kun je wel een reeks fysische maatregelen nemen: een goed nachthok en omheining voor je pluimvee, het dichten van gaten in woningen en het plaatsen van stevige kabelhulzen rond kwetsbare kabels. Op de website van het Agentschap voor Natuur en Bos kan je de brochure 'De natuur als goede buur' downloaden. Hierin kun je een aantal handige tips vinden.

Met meer dan 5 km weg per km² heeft België het dichtste wegennet van Europa. Voor heel wat dieren vormt het verkeer dan ook de belangrijkste onnatuurlijke doodsoorzaak. Met het project ‘Dieren onder de wielen’ willen de Vlaamse overheid en Natuurpunt via losse waarnemingen en vaste tellingen de verkeersslachtoffers in kaart brengen. Ook in Lanaken belanden heel wat dieren onder de wielen. 

Kom je een gewond of ziek dier tegen? Neem dan contact op met een erkend opvangcentrum voor wilde dieren en vogels (VOC). In Limburg zijn er twee opvangcentra actief: het Natuurhulpcentrum in Opglabbeek en het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum in Heusden-Zolder. Zij kunnen je raad geven en komen het dier ophalen.

Nuttige informatie: