Deelgemeenten

Behalve Lanaken zijn er nog 5 deelgemeenten. U vindt er hier meer info over.

LANAKEN

Lanaken, gelegen aan de linker Maasoever, was reeds vroeg bewoond. Dit is bewezen door het groot aantal gevonden voorwerpen uit het neolithicum (ca 8000 tot 4000 voor Christus), de Romeinse periode en de Merovingische tijd. Uit de Romeinse periode dateert o.a. een Gallo-Romeinse begraafplaats. De oudst gekende schrijfwijze van de gemeentenaam is Ludinaca en dateert uit 810.

Omstreeks 1100 ontvingen de Heren van Pietersheim een landgoed, even buiten Lanaken, van de Duitse Keizer. Zij richtten er een burcht op. Ze namen de gehuchten Pietersheim, Smeermaas, Bessemer, Briegden en Caberg alsook de kerk en kerkgoederen in beslag.

Rond 1165 stichtte Theodoricus van Pietersheim de abdij van Hocht die tot 1216 bevolkt werd door Cisterciënzers en later door Cisterciënzerinnen. Vanaf 1292 werd Pietersheim een Loonse heerlijkheid en wat later kreeg het gebied het statuut van vrije rijksbaronie. In 1449 kwam de heerlijkheid Pietersheim door een huwelijk in bezit van de familie de Merode. Zoals meerdere abdijen in de omgeving evolueerde de abdij van de Cisterciënzerinnen tot een stift voor adellijke dames. Aan het bewind van de Seminaries kwam een einde met de Franse Revolutie.

In de verstedelijkte dorpskern staat de driebeukige neogotische Sint-Ursulakerk. Deze kerk werd tussen 1860 en 1864 gebouwd. Boven de ingang bevindt zich een gebeeldhouwd tafereel in mergelsteen dat Sint-Ursula voorstelt die het plan van de kerk aan pastoor Sneyers overhandigt. De kerktoren is 61 meter hoog en domineert de oude dorpskern.

De kruisweg uit 1898 werd door Jan Willem Rosier uit Lanaken geschilderd. De muurschilderingen in het koor zijn van de hand van de Hasseltse schilder Godfried Guffens. Ze stellen de vier Evangelisten, de vier Grote Profeten, de vier Kerkvaders en Sint-Lambertus en Sint-Maternus voor. Het hoofdaltaar, in neogotische stijl, werd gemaakt van hout en is gepolychromeerd en verguld. Het is toegewijd aan Sint-Petrus en Sint-Paulus. De zijaltaren zijn gewijd aan Sint-Ursula, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Jozef en Sint-Rochus.

De vijf neogotische glasramen in het koor, waarvan één geschonken werd door Leopold I, werden gemaakt door Duplessis. In deze kerk bevindt zich de grafsteen van Hendrik de Merode (+ 1564) en zijn echtgenote Francisca van Brederode (+1553). Het liturgisch zilverwerk uit de 17e, 18e en 19e eeuw en het reliekschrijn van Sint-Ursula (1864) zijn zeer waardevol.

Ten oosten van de dorpskern bevindt zich het landgoed Pietersheim. In 1910 bouwde de familie de Merode een jachtslot even buiten de muren van de burchtruïne. In 1920 brandde dit kasteel volledig uit. In 1926 werd het huidige kasteel in neoclassicis-tische stijl opgetrokken.

Prins Xavier de Merode was de laatste bewoner. Hij verkocht zijn kasteel in 1971 aan het gemeentebestuur. Het kasteel werd gerestaureerd en omgebouwd tot hotel-restaurant (****).

Er werden op het domein sportcentrum aangelegd en een kinderboerderij met vakantiecentrum gebouwd.

 

REKEM

Rekem, gelegen aan de heirbaan Tongeren-Nijmegen, was reeds vroeg bewoond. Dit wordt bewezen door de talrijke vondsten uit de Keltische, Gallo-Romeinse en Frankische tijd.  De oudst gekende heer van de heerlijkheid Rekem is Arnold van Rekem (1108). De heerlijkheid bestond uit Rekem-Stad en de gehuchten Boven- en Daalwezet. In de 13e en 14e eeuw kwamen daar nog Uikhoven en Boorsem bij.

Na de annexatie van het graafschap Loon bij het prinsbisdom Luik, verwierf Rekem, in 1356 het statuut van Baronie.

Het adellijk geslacht d'Aspremont-Lynden de Reckem heerste er onafgebroken van 1590 tot 1794. In 1623 werd de baronie Rekem tot keizerlijk graafschap verheven. Rekem werd een mini-vorstendom met eigen munt, tolrecht, leger en justitie.

Na de reorganisatie tijdens het Frans Bewind (1794 - 1815) maakte Rekem deel uit van het departement Nedermaas. Tijdens het Hollands Bewind (1815 - 1830) was Rekem een deel van het arrondissement Maastricht.

Na de onafhankelijkheid van België bleef Rekem nog een tijd onder Duitse voogdij. In 1839 werd Rekem aan de provincie Limburg (België) toegevoegd.

Oud-Rekem verloor zijn functie van regionaal centrum (door oa de aanleg van een nieuwe verbindingsweg) en werd een eenvoudige Maaslandse gemeente.

De naam "Rekem" is van Karolingische oorsprong en betekent: gronden of bezittingen van Radenk of Rado, een grootgrondbezitter.

De laatste jaren evolueerde Rekem tot een woon-forenzen gemeente. Meer dan de helft van de actieve bevolking werkt buiten de gemeente.

Op kunsthistorisch gebied is Rekem de meest interessante deelgemeente van Lanaken. In 2008 werd Oud-Rekem uitgeroepen tot ‘Mooiste Dorp van Vlaanderen’.

 

VELDWEZELT

Veldwezelt is gelegen aan de Romeinse heirbaan Tongeren-Nijmegen. Het werd voor het eerst vermeld in 1157 en heette toen Wiosello.  Veldwezelt behoorde waarschijnlijk reeds in de 10de eeuw tot het domein van het OL.-Vrouwkapittel van Maastricht. Later werden de heerlijke rechten verdeeld tussen het kapittel en de Graven van Loon, later de prins-bisschoppen van Luik. Het Luikse deel van de heerlijkheid werd in 1680 in pand gegeven aan A. Vaes, in 1727 aan J.E. de Foullon en in 1763 aan Baron de Stockem.

In het begin van de 10de eeuw werd het patronaatsrecht van de Sint-Lambertusparochie aan het OL.-Vrouwkapittel van Maastricht geschonken.  Dit kapittel en enkele andere kloosters bezaten op het einde van het Ancien Régime ongeveer de helft van het grondgebied Veldwezelt.

"Wezelt" zou afgeleid zijn van "Wisithja"" een Germaanse verzamelnaam voor "Weiden". Veldwezelt, gelegen in de vruchtbare leemstreek, was een goede landbouwstreek waar enkele boerderijen het economisch leven beheersten. Nu zijn er nog enkele landbouwbedrijven en is er industrie gevestigd. De laatste jaren evolueerde dit grensdorp tot een woon-forenzen gemeente waarvan meer dan de helft van de plaatselijke aktieve bevolking elders werkt.

In het dorpscentrum staat de neo-romaanse Sint-Lambertuskerk (1933-1936). De Kerk, opgetrokken in zware natuursteen, werd zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een driebeukige kerk met halfrond koor en kooromgang. Het hoofdaltaar werd van marmer en brons gemaakt. Twee reeksen kandelaars (17e eeuw) in messing sieren het altaar. De preekstoel in witte steen dateert uit 1935 en de doopvont uit 1960.  De talrijke kapelletjes in Veldwezelt herinneren aan de landelijke devotie. 

In Kesselt, een gehucht van Veldwezelt, staat de neo-klassicistische Sint-Michielskerk (1845 - 1846). Deze bakstenen kerk heeft versieringen in natuursteen. Het kerkmeubilair omvat o.a. een biechtstoel en een doopvont in messing.

Veldwezelt is een zeer schilderachtig dorp met veel weiden en boomgaarden. Kesselt, met zijn glooiende straten is een typisch Haspengouws dorp.

Winningen en woningen in timmermansstijl getuigen nog van een agrarisch karakter maar er staat nu ook een industriële steenbakkerij naast meerdere kleine en middelgrote bedrijven. De neoclassicistische St. Michielskerk hoorde in 1380 onder het O.L.V.-kapittel van Maastricht. Het verenigingsleven bloeit er rondom een functioneel gemeenschapshuis "De Helle".

 

NEERHAREN

In Neerharen, gelegen aan de Romeinse heirbaan Tongeren-Nijmegen, werden belangrijke vondsten uit de Romeinse periode gedaan. Er werden oa overblijfselen van verschillende Romeinse gebouwen gevonden. "Haar" of "Haren" betekent een "midden in het veld liggend" kamp".

De heerlijkheid Neerharen hing aanvankelijk niet af van een leenheer maar werd in de 13de eeuw wel als leen aan de graaf van Loon overgedragen.

Achtereenvolgens kwam de heerlijkheid in het bezit van de Heren van Pietersheim (13e eeuw), de families Dobbelsteyn (15e eeuw) en Van Kerckom (1586). Op 14 januari 1708 werd Neerharen eigendom van de abdis van Hocht. Als Vrouwe van Neerharen werd ze verheven tot de hoge adelstand.

Van het einde van de 18de eeuw tot in de 19de eeuw werd het burgemeesterschap waargenomen door de notarisfamilie Keelhoff. Herbricht is een zeer klein gehucht dat tot Neerharen behoort. Waarschijnlijk bevond zich in dit gehucht aan de boorden van de Maas de Karolingische burcht Harburgum (922). Tot in de 20ste eeuw was Neerharen een klein en afgelegen landbouwdorp. In 1823 werd het wat ontsloten door de aanleg van de weg Maastricht-Maaseik en de Zuid-Willemsvaart.

In 1934 werd het kanaal Briegden-Neerharen uitgegraven dat zorgt voor de verbinding met het Albertkanaal en de Zuid-Willemsvaart.

De laatste jaren nam de bevolking sterk toe door oa de grote inwijking van Nederlanders. Een groot deel van de plaatselijke beroepsbevolking bestaat uit forenzen.

In het dorpscentrum kunnen we de neoromaanse Sint-Lambertuskerk bewonderen. Deze kerk werd tussen 1876 en 1877 gebouwd naar een ontwerp van de Hasseltse architect Herman Jaminé. Het meubilair is neogotisch. De stenen doopvont dateert uit 1699. Het drieledige eiken retabel uit 1525 is zeer waardevol. Het thema van dit gepolychromeerd retabel is de boom van Jesse en de passie van Christus. Dit thema wordt weergegeven in verschillende taferelen, nl de veroordeling van Christus door de hogepriesters, de lijdensweg van Christus naar Golgotha, Jezus aan het kruis en de bewening door Maria en Johannes. Naast dit pronkstuk bezit de kerk ook nog een renaissancekast uit de 16de eeuw, waarvan de deuren aan de binnenkant beschilderd zijn. Verder bevinden zich in de kerk nog enkele beelden uit de 16de en 17de eeuw en een paar merkwaardige grafstenen uit de 15de, 16de, 17de en 18de eeuw. De pastorie dateert uit de 18e eeuw en werd in het midden van de 19e eeuw verbouwd.

 

SMEERMAAS

Smeermaas is gelegen aan de Maas en aan de grens met Nederland. Omstreeks 1500 werd dit gehucht Smeeldemale genoemd en zou "aanlegplaats voor Romeinse schepen" betekenen. Rond 1875 kreeg Smeermaas een eigen kerk, gewijd aan Sint-Jozef. Tot 1892 bleef deze kerk afhangen van de kerk in Lanaken. Tijdens Wereldoorlog II werd ze erg beschadigd en alleen de meest dringende herstellingen werden uitgevoerd.

In 1952 kocht de kerkfabriek een stuk grond. De architecten Erens en Daniëls kregen de opdracht een plan uit te werken voor de bouw van een zeer moderne kerk. Veel jonge kunstenaars verfraaiden het nieuwe kerkgebouw. Zo ziet men oa in de kerk een circa 100 m2 groot zijnde moderne kruisweg van de hand van de Lanakense schilder Edmond Florens. Het is een afbeelding van allerlei vormen van menselijk leed die samengebracht worden onder het lijden van Christus.

Het interieur is zeer modern. De groen marmeren altaartafel weegt 120 ton en werd ontworpen door Piet Killiaerts.

 

GELLIK

Gellik werd voor het eerst vernoemd in 1096 en heette toen "Gelleken". Dit komt van het Gallo-Romeinse Galliacum, en betekent "toebehorend aan Gallius". Dit wijst op een Romeinse kolonisatie. In de middeleeuwen ressorteerde Gellik onder het grafelijk domein van Loon. Het kapittel van de abdij van Munsterbilzen had ook grote bezittingen in Gellik. Later kwamen de heerlijke rechten in het bezit van de Bisschoppelijke Tafel van Luik.

In 1680 verpachtte de Bisschoppelijke Tafel van Luik de heerlijke rechten van Gellik aan de familie de Heusch de Zangerie. Deze familie bewoonde het nu verdwenen kasteel Zangerij in Eigenbilzen, buurdorp waarvan ze ook pandheer was. Gellik was een echte landbouwgemeente gelegen in het midden van grote heidegebieden. Enkele van die heidegebieden werden tussen 1861 en 1900 door de gemeente beplant met naaldbomen. Nu zijn er nog een aantal landbouwbedrijven en wat kleine en middelgrote industrie. Dit dorpje wordt middendoor gesneden door het Albertkanaal en is een oase van groen met enkele residentiële woonkernen.

Het Recreatiedomein "De Krieckaert" is 100 ha groot en omvat een speeltuin en een chaletpark met cafetaria en restaurant.

De neogotische Sint-Laurentiuskerk werd gebouwd in 1913-14. Het is een driebeukige kruiskerk. Het meubilair omvat oa een barokpreekstoel en een baroktriomfkruis uit de 17de eeuw.Het hoofdaltaar met retabel dateert uit 1914. De kerkmuren zijn verfraaid met enkele schilderijen uit de 17de en 19de eeuw.

Het Sint-Augustinusgesticht werd opgericht rond de eeuwwisseling en werd gebouwd naar een ontwerp van architect Boosten uit Maastricht. Het was een instituut voor wezen en hulpbehoevende kinderen en momenteel is dit gebouw in gebruik als academie voor woord en muziek.